Publicatiedatum: 31-01-2019

Nieuws

Gezond vertrouwen Jaarrapportage IGJ Wmo-toezicht

Minister De Jonge (VWS) stuurt de Tweede Kamer antwoorden op vragen die de leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben gesteld bij het verslag van een schriftelijk overleg over de jaarrapportage Wmo-toezicht 'Gezond Vertrouwen' van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Van elkaar leren

De IGJ constateerde in het rapport dat het Wmo-toezicht nog niet op het gewenste niveau was in 2017, maar was wel positief over de inspanningen van gemeenten om dat niveau te bereiken. Gemeenten kunnen van elkaar leren; en om dit bevorderen zijn naar aanleiding van het rapport acties ondernomen om bijvoorbeeld leercirkels te organiseren. De minister steunt acties en biedt gemeenten extra ondersteuning, zodat zij zelf hun toezichts- en handhavingspraktijk kunnen versterken.

Gemeentelijke autonomie

De minister benadrukt hierin de gemeentelijke autonomie. Gemeenten zijn verantwoordelijk om lokaal beleid op te stellen voor de uitvoering van de Wmo. Dit beleid is gericht op de lokale situatie, zodat de gemeente maatwerk kan leveren. Lokale kwaliteitseisen en beleid vragen ook om een lokale toezichts- en handhavingspraktijk. Hierin verschilt de Wmo van de Jeugdwet. Hiervoor zijn uniforme kwaliteitseisen opgesteld, waardoor hierop ook vanuit een landelijke inspectie toezicht wordt gehouden.

Regionale samenwerking

Ook bij een mogelijke regionale aanpak van zorgfraude geeft de minister aan dat gemeenten zelf beleid en samenwerking op dit gebied kunnen vormgeven, want er is niet 1 eenduidige regio-indeling voor deze samenwerking. De minister ziet dat gemeenten steeds meer samenwerken om signalen van zorgfraude op te pakken. Als voorbeeld noemt hij de toolbox die 14 Twentse gemeenten hebben ontwikkeld voor een zorgvuldige selectie van zorgaanbieders. Het ministerie van VWS ondersteunt gemeenten hierbij, onder andere door de VNG subsidie te verlenen voor de (doorontwikkeling van de) aanpak van zorgfraude en de brede verspreiding van de verkregen inzichten en ontwikkelde methodieken.

Resultaatfinanciering en toezicht

De minister geeft aan dat de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over de inzet van resultaatbeloning van belang zijn voor de inrichting van bepaalde vormen van Wmo-ondersteuning en daarmee het Wmo-toezicht. De gevolgen van de uitspraken over het beschikken in een te behalen resultaat en het gehanteerde normenkader dat hiervoor als basis gold, gaat hij in samenspraak met de VNG in kaart brengen. De Tweede Kamer kan een spoedige reactie verwachten van de minister.