Publicatiedatum: 23-08-2018

Nieuws

Gemeente Nijmegen krijgt kans vermeende fraude in 4 dossiers van zorginstelling verder toe te lichten

De rechtbank Gelderland bepaalt in een tussenvonnis dat de gemeente Nijmegen de gelegenheid krijgt om met betrekking tot 4 cliënten van zorginstelling R2 B.V., onderdeel van de Rigtergroep, verder toe lichten waarom zij vindt dat er is gefraudeerd. Het vervolg van deze procedure blijft beperkt tot deze paar gevallen, omdat de gemeente onvoldoende duidelijk heeft gemaakt dat er mogelijk ook verder sprake is van fraude.

De vordering van de gemeente

In deze procedure verzoekt de gemeente aan de rechtbank om 2 dochterondernemingen en een bestuurder van de Rigtergroep te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding aan de gemeente van 1,8 miljoen euro. Het gaat grotendeels om vergoeding van bedragen die de gemeente in 2015 en 2016 aan inwoners als persoonsgebonden budget (pgb) ter beschikking heeft gesteld en waarmee die inwoners zorg hebben ingekocht bij de Rigtergroep. Volgens de gemeente heeft de Rigtergroep voor de ontvangen bedragen te weinig zorg geleverd. Daarnaast zou zij in strijd met de regels huur van woningen voor cliënten uit de pgb’s hebben betaald.

Slechts klein deel vordering blijft over

De Rigtergroep bestaat uit 3 dochterondernemingen: Rigter B.V., R2 B.V. en Rigterzorg B.V. Rigterzorg B.V. verleent zorg in Arnhem en is geen partij in deze procedure. Rigter B.V. is nadat de gemeente deze zaak is gestart failliet verklaard. Vanwege het faillissement is de procedure tegen Rigter B.V. op grond van de wet geschorst. Deze zaak loopt daarom alleen nog maar tegen R2 B.V. en tegen de bestuurder persoonlijk. Omdat R2 B.V. maar een relatief klein onderdeel is van de Rigtergroep gaat het in deze zaak niet meer over een vordering van 1,8 miljoen euro, maar nog over maximaal 82.000 euro.

Oordeel

De rechter vindt dat de gemeente de verwijten onvoldoende kan onderbouwen. Bovendien vindt de rechter niet dat de bestuurder van de Rigtergroep hoofdelijk aansprakelijk kan worden gesteld, zoals de gemeente wilde. De gemeente had haar bovendien in de gelegenheid moeten stellen om zich te verweren tegen de aantijgingen, voordat aangifte werd gedaan.

In de nog volgende procedure geeft de rechter de gemeente de kans om in 4 individuele zaken met bewijs te komen dat zorggeld onheus is besteed. Maar daarbij gaat het om een aanzienlijk kleiner bedrag.