De toezichtpraktijk van Den Helder: Karin Atema | Interview

Dit document is actueel.

Laatste wijziging: 30-11-2018

Om de rechtmatigheid binnen de Wmo en de Jeugdwet te controleren en onderzoeken, hebben de gemeenten een toezichthouder nodig. Binnen de Wmo is dit verplicht, binnen de Jeugdwet wordt dit sterk aangeraden. Hoe gaan gemeenten hiermee om? Hoe richten ze het in? Waar lopen ze tegenaan? En wat komen ze tegen? Team Zorg van VNG KCHN legt deze en andere vragen voor aan toezichthouders van verschillende gemeenten.

Karin Atema is sinds 1 maart 2017 toezichthouder Wmo en met ingang van 16 juni 2018 is dit uitgebreid met het onderdeel ‘rechtmatigheid’ ten behoeve van de Jeugdwet.

Karin vervulde al verschillende functies binnen het Sociaal Domein, onder meer op het gebied van Participatie en Jeugd. Zij begon binnen de gemeente als leidinggevende bij het team Documentaire Informatie Voorziening. Deze ervaring komt haar goed van pas met het oog op dossiervorming en archivering.

Hoe is het toezicht op en handhaving van de Wmo 2015 en de Jeugdwet georganiseerd in Den Helder?

Den Helder heeft het toezicht voor zowel kwaliteit als rechtmatigheid belegd bij 1 toezichthouder. Dit betekent dat calamiteiten, signalen, (gewelds)incidenten en kwaliteitsonderzoeken bij mij gemeld en/of door mij uitgevoerd worden. Daarnaast vallen fraudesignalen en mogelijke onrechtmatigheden ook onder mijn verantwoordelijkheid. In eerste instantie startte ik met de Wmo 2015 en in een later stadium is dit uitgebreid met de rechtmatigheid binnen de Jeugdwet. Als back-up is er een collega aangewezen die mij vervangt bij afwezigheid in geval van calamiteitsmeldingen.

Kun je wat meer vertellen over de samenwerking met andere gemeenten en ketenpartners?

Den Helder heeft in principe geen samenwerking met andere gemeenten op het gebied van toezichthouden. Wel hebben we een samenwerking op het gebied van centrale inkoop met Schagen, Texel en op bepaalde onderdelen ook met Hollands Kroon. Dit betekent dat als er een kwaliteitsonderzoek gedaan wordt of als we fraudesignalen ontvangen, we elkaar hiervan op de hoogte stellen. De ‘Kop-3’- samenwerking heeft tenslotte contracten met dezelfde zorgaanbieders. Schagen en Texel hebben wel een ambtenaar aangewezen voor het ontvangen en afhandelen van calamiteitsmeldingen.

Ook weten de toezichthouder en ketenpartners elkaar te vinden!

Hoe informeren jullie zorgaanbieders en zorgnemers aan de poort over hun rechten en plichten?

Wmo- en Jeugdcontact is in de regel ‘thuis’. Zorgverleners en zorgnemers die met een pgb werken, moeten een aanvraagformulier invullen over de diensten en de verwachtingen. Een consulent bepaalt vervolgens of de aanbieder/zorgnemer voldoende skills heeft om een overeenkomst aan te gaan. Onder skills wordt o.a. verstaan het zelfstandig opstellen van een budgetplan 

en het pgb kunnen beheren (al dan niet met hulp van een vertegenwoordiger).

Wat is er in jouw ogen nog meer nodig om fouten en fraude optimaal tegen te gaan?

Fouten en fraude verdwijnen waarschijnlijk nooit helemaal. Een goede en open samenwerking met bijvoorbeeld zorgkantoren en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) kan ervoor zorgen dat in een vroeg stadium ‘fouten’ herkend worden. Door snel te handelen kunnen we e.e.a. onderzoeken in een pre-fase.

Georganiseerde fraude zou mijns inziens niet door een toezichthouder alleen moeten worden onderzocht. Het zou mooi zijn als hij of zij hier – naast advies – ook uitgebreide begeleiding bij kan krijgen van VNG KCHN. Daar zitten de vakspecialisten met kennis en veel ervaring! Fraudeurs vinden steeds (nieuwe) manieren van fraude waarbij vaak meerdere gemeenten betrokken zijn.

In mijn carrière als toezichthouder heb ik nog geen concrete fraudemelding op mijn bord gehad. Statistieken laten zien dat het pgb fraudegevoeliger is dan ZIN-trajecten. De voorwaarden voor het afsluiten van een pgb zouden scherper kunnen. Ook omdat blijkt dat als er fraudevermoedens zijn, er vaak ook iets mis is met de kwaliteit.

Kun je 2 fraudecases benoemen waaruit de noodzaak van fraudebestrijding blijkt?

Onlangs meldde ik een casus aan bij VNG KCHN. Deze melding heeft betrekking op meerdere gemeenten. Het betreft een zorgaanbieder pgb die onmogelijk de zorg kan bieden aan zijn cliënten omdat die verspreid door heel Nederland wonen. De noodzaak is aanwezig, maar de organisatie om alle partijen om tafel te krijgen stagneert. En terwijl samenwerking echt essentieel is in deze casus, kan de traagheid van handelen betekenen dat de ‘vogel gevlogen is’ voordat de juiste informatie beschikbaar is en we daadwerkelijk kunnen handelen.

Een tweede casus betreft een zorgboerderij met uitsluitend pgb-cliënten. Ook hier is de aanpak afhankelijk van samenwerking. Het vermoeden ligt er, maar het duurt weken voordat de juiste contactpersonen zijn gevonden. Ook hebben  nog niet alle gemeenten een toezichthouder of toezichthouders kwaliteit en rechtmatigheid benoemd. Ik zou veel hebben aan een register, waarin de contactgegevens van de toezichthouders van alle gemeenten staan. Het is nu vaak een zoekactie om de juiste persoon te vinden.

Dus meer bekendheid, meer snelheid en goede samenwerking zijn noodzakelijk!

Wat heb je geleerd van collega-toezichthouders of bijvoorbeeld adviseurs van VNG KCHN?

Ik ervaar dat het delen van informatie goed is. De adviseurs van VNG KCHN komen met goed advies gebaseerd op ervaring. Met een aantal gemeenten hebben we een ‘low-profile’ samenwerking, waarin we elkaar in groepsmails vragen stellen en advies geven. Dit is kleinschalig, maar werkt snel en goed.

En wat kun jij deze collega’s leren vanuit jouw praktijk?

Door mijn ervaring te delen kunnen collega’s gebruikmaken van mijn kennis. Dit is uiteraard wederzijds. Maak (al dan niet kosteloos) gebruik van informatiebijeenkomsten en workshops. Hier kun je kennis opdoen en nieuwe collega’s ontmoeten.

Wat zijn globaal de resultaten die Den Helder heeft geboekt met toezicht en handhaving?

Ten aanzien van kwaliteit heb ik veel contact met zorgaanbieders. Hierbij luister ik goed naar wat zij te melden hebben. Zo komen er vanuit de aanbieders regelmatig vragen over bijvoorbeeld signalen of incidenten. Door deze toe te lichten en duidelijk te zijn ontstaat meer en meer een ‘open vizier’-samenwerking.

Op het gebied van handhaving heb ik nog te weinig ervaring om daadwerkelijk  resultaten te benoemen. Dat vind ik best lastig omdat er ongetwijfeld fraude voorkomt, maar de signalen (nog) niet herkend of opgepakt worden. Om dit verder te versterken betrek ik het consulententeam Wmo ook bij mijn bezigheden. Zo bespreken we regelmatig casuïstiek. Op deze manier leren we allemaal elkaars werkveld binnen de Wmo kennen en gaat iedereen open met elkaar om.

Organisatie

VNG KCHN