Publicatiedatum: 24-01-2020

Nieuws

Rechterlijke uitspraak reële prijs Wmo (VNG)

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bepaalde in een kort geding tussen een thuiszorgorganisatie en acht gemeenten in hoger beroep dat de gemeenten een onafhankelijk kostenonderzoek moeten laten uitvoeren naar de tarieven voor huishoudelijke hulp. Daarbij moet rekening worden gehouden met cao-afspraken.

Volgens de thuiszorgorganisatie is de prijs die de gemeenten bieden niet reëel omdat meerdere kostenaspecten daar niet in zijn meegenomen, waaronder een loonkostenstijging vanwege cao-afspraken.

Prijzen aanpassen aan loonstijgingen

Het Gerechtshof is van oordeel dat de thuiszorgaanbieder aannemelijk heeft gemaakt dat de gemeenten in strijd hebben gehandeld  met hun verplichting om voor 2019 reële prijzen voor huishoudelijke hulp vast te stellen. Volgens het hof moeten de prijzen worden aangepast aan de loonstijgingen volgens de toepasselijke Cao VVT nu de aanbieders aan die cao zijn gebonden.

Reactie VNG

Op grond van de AMvB Reële Prijs Wmo 2015 hebben gemeenten al de opdracht bij de bepaling van inkooptarieven voor Wmo-dienstverlening een aantal kostprijselementen te betrekken, waaronder de van toepassing zijnde cao. Gemeenten willen graag reële tarieven betalen aan aanbieders. Hoewel zij geen partij zijn bij cao-onderhandelingen, ziet het er door deze uitspraak naar uit dat gemeenten wel de financiële gevolgen van de afspraken tussen werkgevers en werknemers zullen moeten dragen.

In gesprek met het Rijk

De VNG is al langer in gesprek met het Rijk over de vraag hoe de ontwikkeling van lonen en prijzen zich verhoudt tot de accressystematiek van het gemeentefonds. Tot op heden heeft dat nog niet geleid tot voor gemeenten bevredigende afspraken. We bespreken op korte termijn wat deze uitspraak voor gemeenten betekent.

Bron: VNG