Publicatiedatum: 11-06-2019

Nieuws

3,5 jaar Wet taaleis

De Wet taaleis schrijft sinds 3,5 jaar voor dat bijstandsgerechtigden met een migratie-achtergrond zich moeten inspannen om de taal beheersen. Wie niet wil wordt op de uitkering gekort. Het verzet onder gemeenten was aanvankelijk groot. Inmiddels werken ze met lokale varianten schrijft Binnenlands Bestuur.

Rotterdam

Rotterdam gaat door met het toepassen van de Wet taaleis. Wethouder Richard Moti (werk en inkomen, PvdA) zou het liefst een nog strengere taaleis zien. Wat Moti betreft, gaat die norm voor de beheersing van de Nederlandse taal ook gelden voor laaggeletterde uitkeringsgerechtigden. "Daarnaast is het niveau dat in de taaleis verplicht wordt gesteld eigenlijk te laag voor de arbeidsmark", stelt Moti.

Maximale bereikt

Rotterdam wil dus wel meer met de taaleis doen, maar geeft ook aan dat voorlopig het maximale is bereikt. Moti’s boodschap aan het rijk luidt dan ook: "Wij willen wel, maar geef ons dan de middelen". Moti zou met het extra geld graag meer mensen een formeel taaltraject aan willen bieden.

Enschede

In tegenstelling tot Moti is de Enschedese wethouder Arjan Kampman (arbeidsmarktbeleid, ook PvdA) niet te spreken over de taaleis. "Een bureaucratisch gedrocht", vindt hij. Toch voert Enschede de Wet taaleis wel uit. "Maar dan op onze eigen manier", benadrukt Kampman. Enschede heeft in 2018 maar liefst 33 keer een maatregel opgelegd in verband met de taaleis (op 830 mensen met een inspanningsverplichting). Daarbij volgde het college niet het handhavingsregime van de Wet taaleis, maar zijn eigen handhavingsverordening voor de Participatiewet. "Dat is eenduidiger", aldus Kampman.

Lees het complete artikel in Binnenlands Bestuur.