Publicatiedatum: 04-09-2019

Nieuws

Keurmerk helpt gemeenten bij huisvesting arbeidsmigranten

Er gaat geen dag voorbij zonder dat ergens in Nederland arbeidsmigranten het nieuws halen. Soms doordat ze overlast veroorzaken in hun woonomgeving, maar te vaak ook omdat er personen zijn, die ten koste van deze mensen veel geld willen verdienen. Stichting Normering Flexwonen heeft met het SNF-keurmerk een middel in handen om hier paal en perk aan te stellen. Jolet Woordes, secretaris van het SNF, merkt dat steeds meer gemeenten dat ook inzien.

Jolet Woordes is specialist op het gebied van keurmerken en verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken bij de Stichting Normering Flexwonen (SNF). Het SNF komt voort uit de Nationale Verklaring Tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten, die is ondertekend door onder andere het ministerie van Binnenlandse Zaken, de VNG, brancheorganisaties en vakbonden, maar het keurmerk zelf is privaat.

Keurmerk

Het lijkt op het eerste gezicht vreemd dat de problematiek op het gebied van arbeidsmigranten, een onderwerp dat in meerdere regio’s in Nederland veel ophef veroorzaakt, gereguleerd wordt door middel van een privaat keurmerk. Jolet Woordes: “Bijna alle keurmerken zijn het gevolg van een behoefte aan zelfregulering door een sector. De goede bedrijven willen zich onderscheiden van de beunhazen, zodat ze zich met dat predicaat keurmerk kunnen profileren ten opzichte van de partijen die dat niet hebben. Of vanuit de overheid wordt aangedrongen om kwaliteitseisen te stellen in een sector en dat zelf te organiseren.”

Wet aanpak schijnconstructies

Sinds de start van het keurmerk in 2013 is er volgens Woordes al veel verbeterd op het gebied van huisvesting van arbeidsmigranten. Aanvankelijk kwam dat doordat brancheorganisaties van uitzendbureaus hun leden verplichtten het SNF-keurmerk te gaan voeren. Met de invoering van de Wet aanpak schijnconstructies (Was) in 2017 kwam een verdere verbetering en een groei van het keurmerk. “In de Was is opgenomen dat inhoudingen op het loon niet meer mogen plaatsvinden, met twee uitzonderingen: voor de zorgverzekering en voor huisvesting. Maar voor huisvesting mag dat alleen maar als de onderneming voldoet aan de in de sector vastgestelde kwaliteitseisen (bijvoorbeeld die van SNF) én als er controle is gedaan door een geaccrediteerde inspectie-instelling.” 

APV

Jolet Woordes ziet ruimte voor verdere verbetering door meer samen te werken met gemeenten. “Er zijn 626 bedrijven bij ons aangesloten, die op 15.000 locaties ongeveer 90.000 mensen huisvesten. Voor het grootste gedeelte in normale woningen, in normale wijken. We zien echter maar een deel, want volgens cijfers van het CBS werden in 2017 ruim 838.000 banen vervuld door buitenlandse werknemers. Een meerderheid woont op locaties die niet door SNF worden geïnspecteerd.Een deel van de oplossing zou kunnen bestaan uit het verplicht stellen van het SNF-keurmerk in de plaatselijke APV, zodat je zeker weet dat huisvesting voor arbeidsmigranten aan de juiste normen voldoet. Ook kunnen we meer samenwerken met gemeenten, zodat we bijvoorbeeld efficiënter de inspecties kunnen doen.” 

Krappe woningmarkt

Toch bericht de media nog dagelijks over arbeidsmigrantenproblematiek en kan de oplossing niet alleen gevonden worden in de kwaliteit van de huisvesting; er zijn veel meer bedden nodig. De verwachting is dat er door de krapte op de arbeidsmarkt nog meer mensen van buiten Nederland nodig zijn om het personeelstekort op te vullen. Maar al deze mensen moeten ook gehuisvest worden en de voorzitter van het SNF, oud-burgemeester Koos Karssen becijferde eerder dit jaar dat er een tekort is van 120.000 bedden voor arbeidsmigranten. “Gemeenten zullen nu echt iets moeten gaan doen om de tekorten aan te pakken”, benadrukte Karssen. “Want als er te weinig goede huisvesting is, dan ontstaan al snel illegale situaties die niet gewenst zijn.”

Speciale wooncomplexen

Jolet Woordes ziet een oplossing in de bouw speciale wooncomplexen met veel kamers en gemeenschappelijke ruimtes aan de rand van industrieterreinen, die vooral bedoeld zijn voor de grote groep arbeidsmigranten die hier maar een korte periode verblijven. “Daarmee voorkomen we dat huisjesmelkers de toch al schaarse reguliere woningen opkopen om daar buitenlandse werknemers in te huisvesten. Daardoor worden huizenprijzen nog verder opgedreven en er ontstaat vaak onrust onder omwonenden. Als er genoeg woonruimte voor arbeidsmigranten is, neemt ook de illegale bewoning op vakantieparken af”, aldus Woordes. 

Waalwijk

Ze vindt ook dat gemeenten hierin hun verantwoording moeten nemen. Als voorbeeld noemt ze de gemeente Waalwijk, waar de distributiecentra van Jumbo en Bol.com veel buitenlandse werknemers in dienst hebben. Op het bedrijventerrein is een gebouw neergezet, dat aan alle eisen van het keurmerk voldoet en waar vierhonderd arbeidsmigranten zijn gehuisvest. “Voor een gemeente is het belangrijk dat een groot bedrijf zich binnen de gemeentegrenzen vestigt, maar neem dan ook je verantwoordelijkheid voor de huisvesting van de werknemers".

Stichting Normering Flexwonen 

Stichting Normering Flexwonen (SNF) komt voort uit de Nationale Verklaring Tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten, die is ondertekend door een groot aantal partijen, zoals de minister van Binnenlandse Zaken, de VNG, uitzendorganisaties, LTO Nederland, vakbonden en diverse gemeenten. De ondertekenaars hebben zich onder meer verplicht om een inspanning te leveren voor het vastleggen van normen voor goede huisvesting in CAO’s en in certificering, en voor een vertrouwenwekkend systeem van handhaving van die normen. De Stichting Normering Flexwonen beheert de registers van ondernemingen die aan de norm voor huisvesting van arbeidsmigranten voldoen en onderhoudt de normen door middel van jaarlijkse controles. Doel is om partijen die te maken hebben met de huisvesting van arbeidsmigranten - gemeenten, werkgevers, werknemers, buurtbewoners - de zekerheid te geven dat de huisvesting van arbeidsmigranten op orde is. Stichting Normering Flexwonen is een onafhankelijke, private stichting, met een bestuur bestaande uit Koos Karssen, Mariëtte Patijn en Alfons Morssink.