Publicatiedatum: 14-03-2019

Nieuws

Rondetafelgesprek woonfraude | Een verslag

Het rondetafelgesprek van woensdag 13 maart werd georganiseerd op initiatief van SP, CDA en VVD. Vanuit de Tweede Kamer waren dat de enige aanwezigen en zij stelden informatieve vragen. Het rondetafelgesprek vond plaats in aanloop naar het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer over woonfraude op donderdag 28 maart. GroenLinks Kamerlid Paul Smeulders zat het gesprek voor.

Er waren een aantal directeuren van woningcorporaties, particuliere verhuurders en onderzoeker aanwezig. Laurens Ivens was de enige bestuurder en trad op namens de gemeente Amsterdam. De VNG was vertegenwoordigd door Ad van Mierlo, directeur van het Kenniscentrum Handhaving en Naleving (KCHN).

Woonfraude hardnekkig probleem

De aanwezigen verschilden niet veel van mening. Allen maakten ze duidelijk dat woonfraude veel voorkomt en dat dit al decennia het geval is, maar nu meer wordt onderkend als probleem. Meerdere aanwezigen onderschreven de aanname dat tot een kleine 15% van de huurwoningen een bewoner is gekomen door fraude. Diverse verschijningsvormen van woonfraude werden onderscheiden. De meest voorkomende is dat huurder er niet woont en voor een fors hogere huurprijs onderverhuurt aan anderen. Er kan ook sprake zijn van vakantieverhuur met AirBnB. Daarnaast vinden er soms criminele activiteiten, zoals prostitutie en wietplantages, plaats. Deze activiteiten kennen echter een andere aanpak. Maar alle vormen bij elkaar zetten de leefbaarheid van wijken onder druk.

Alle bescheiden die moeten worden overlegd voor het verkrijgen van een legale huurwoning, kunnen worden vervalst, aldus de voorzitter Vastgoed Management Nederland. Het controleren van de documenten voelt momenteel als een halve rechercheurstaak. Daarbij is het zorgelijk dat het een geaccepteerd verschijnsel is geworden, omdat het aantal meldingen van omwonenden terugloopt. En als iemand zich onwetend bij een balie van een corporatie meldt, durven de onderhuurders ook geen melding te doen wie hun bemiddelingsbureau is geweest. Omdat de woonmarkt dermate overspannen is geworden, is het een parallel systeem om illegaal aan een huurwoning te komen. Een systeem dat zo profijtelijk en gemakkelijk is, dat het niet te verwachten valt dat het op deze manier ooit zal verdwijnen volgens de corporaties. 

Bestuurlijke boete

Onderverhuur levert bij een sociale huurwoning in Amsterdam eenvoudig € 1000,- per maand op, waar geen straf op staat en het ook nog een hele lage pakkans kent. Bewijsgaring is duur en moeilijk en verhuurders hebben hun prioriteit ook meer liggen bij het verwijderen van de onderhuurder. De illegale verhuurder hoeft daarom nooit zijn winsten terug te betalen, omdat civiele procedures nooit worden gestart.

Het pleidooi van de Woonbond, woningcorporaties en particuliere verhuurders is daarom ook dat het instrument van de bestuurlijke boete kan worden ingezet. Nog steeds met alle juridische waarborging. Maar bestuurlijke boetes zijn veel sneller inzetbaar, namelijk al bij een sterk vermoeden van woonfraude. Het bedrag moet daarbij ook hoog genoeg zijn dat het de verhuurder of illegale bemiddelingsbureaus pijn doet. De onderhuurder willen ze ontzien; hij of zij is meestal al slachtoffer van het illegale dure systeem en daarbij ook nog zijn woning kwijt.

Op een vraag van het CDA waarom gemeenten dat niet al doen, omdat de mogelijkheid er al is, was het antwoord van de corporaties dat een gemeente dan wel een huisvestingsverordening moet hebben en woningen vergunningplichtig moeten zijn. Dat is enkel mogelijk bij sociale huurwoningen. Wethouder Ivens van de gemeente Amsterdam wil echter niet alle woningen vergunningplichtig maken. Hij vindt het een eeuwig kat en muisspel, waar hij de kat sterker wil maken. De vraag naar woningen wil hij tegengaan door bij te bouwen (ook door corporaties), middenhuurwoningen op de lange termijn garanderen en beleggers verbieden woningen op te kopen. Daarnaast adviseerde Ivens meer aandacht te schenken aan het succesvolle project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) dat adresgerelateerde fraude aanpakt. Het KCHN steunde de inzet op het LAA, omdat het eerder tot wel 50% adrescorrecties heeft opgeleverd.

Uitwisseling gegevens

Een belangrijk punt dat werd genoemd door alle sociale en particuliere verhuurders is inzicht in datasystemen zoals van het UWV, SVB en de Belastingdienst, maar vooral de gemeentelijke basisadministratie gebouwen (BAG) en de Basisregistratie Personen (BRP). Met gegevens uit de BRP kunnen vele pogingen tot onderhuur worden voorkomen en worden tegengegaan, zonder alle huurders te hoeven lastig te vallen met controles. Als dit landelijk is geregeld, dan is direct te zien dat iemand ergens anders ingeschreven staat dan waar hij wil huren. Gemeenten zijn niet onwillig, maar door de AVG echter (nog) huiveriger geworden gegevens te delen. De Kamer werd gevraagd aan de minister om een advies hierover naar gemeenten te sturen. Nieuwe wetgeving is niet nodig. KCHN beaamde de gemeentelijke voorzichtigheid, vanwege het hoge boeteregime bij technische fouten en stelt een matrix voor wat wel en niet mag.

Kennis bundelen

Het KCHN gaf ook aan dat gemeenten woonfraude hard aanpakken om criminaliteit en leefbaarheidsproblemen tegen te gaan. Het kenniscentrum bundelt en deelt deze kennis en ervaring. Praktisch probleem waar gemeenten tegenaan lopen, is dat ze bewoners die zijn vertrokken niet ambtshalve kunnen uitschrijven en bij bewijs van bewoning elders ook niet ambtshalve kunnen inschrijven vanwege de Wet BRP. Het miniserie van BZK gaat niet mee in een pilot van de G4 met een 'parkeeradres'. Dit levert vervelende situaties op als de legale huurder geen huurtoeslag kan aanvragen, omdat er een spookbewoner op zijn adres staat ingeschreven.