Publicatiedatum: 12-06-2019

Nieuws

Etten-Leur pakt adresfraude integraal aan en schakelt met ondermijning en zorg

Hoe pakt de gemeente Etten-Leur de problematiek rondom adresfraude aan, welk probleem was het lastigst te tackelen en wat zijn de do’s en don’ts?

Projectleider Karin Verhagen en teamleider Esther Derks van de gemeente Etten-Leur vertellen er enthousiast over.

Waarom is de gemeente Etten-Leur gestart met het project Adres Gerelateerde Problematiek?

Esther: "Begin 2017, toen ik hier begon, deden we al wel iets aan LAA (Landelijke Aanpak Adresproblematiek), maar dat liep niet echt lekker. Er lagen ook nog vraagstukken vanuit Wmo, jeugd en ondermijning. Hierdoor ging ik denken 'hoe kun je dat nu meer integraal oppakken'. Op het moment dat ik het plan klaar had en de collega's van de verschillende teams geïnformeerd en gemotiveerd had, kwam ik in contact met de LSI (Landelijke Stuurgroep Interventieteams). Die aanpak sloot heel goed aan bij het integrale plan van aanpak. Hieruit werd in 2018 het project 'Adres Gerelateerde Problematiek' geboren."

Welke partners zijn bij het project betrokken?

Karin: "Vanuit de gemeente zijn er heel veel teams en afdelingen betrokken. De belangrijkste zijn: burgerzaken, Wmo-handhaving, bouwtoezicht, wijkteams, jeugd en gezin, veiligheid, de buitendienst, schuldhulpverlening, boa’s en het werkplein (sociale zaken). Extern wordt dit aangevuld met de wijkagenten van de politie, het UWV, Belastingdienst, SVB en de VNG."

Esther vult aan: "De zorgpartners zijn o.a. via de wijkteams indirect bij het project betrokken. Zij zitten zelf niet 'aan tafel', maar zijn ogen en oren in de wijk en signaleren ook aan ons via het wijkteam. Hierdoor komen nu zorgvragers en zorgmijders in beeld. Het project heeft dan ook een tweeledige doelstelling. Het gaat enerzijds om het verbeteren van de adreskwaliteit en het opsporen van fraude en anderzijds om het bieden van hulp aan personen die hulp nodig hebben en het in beeld krijgen van de zorgmijders."

Karin vervolgt: "Door samen te werken krijg je signalen over zorgmijders boven tafel. En die samenwerking gaat bij ons erg goed, want er is erg veel vertrouwen tussen de hulpverlener en de handhaver. Wat ik zeker ook nog wil noemen is de samenwerking met Niels Mensink, die betrokken is geweest bij een arbeidsmigrantenproject van de LSI. Deze signalen zijn ook ondergebracht in dit project."

Hoe ziet de aanpak eruit?

Karin: "Op basis van risicosignalen vanuit de LAA, de gemeentelijke organisatie of burgers gaan we aan de slag met de bijbehorende adressen. Casussen worden geanalyseerd en voorbereid, waarna de andere partners tijdens het casusoverleg aangeven of zij ook belang hebben bij verder adresonderzoek. Een aantal casussen leiden tot een multidisciplinair huisbezoek. De data van de casustafels en de huisbezoeken staan voor het hele jaar vast. We werken trouwens niet in een bepaalde wijk, maar verspreid door heel Etten-Leur, ook tijdens de controle-avonden. Etten-Leur is te klein om op 1 avond alleen in 1 wijk op huisbezoek te gaan. Dat ben je erg zichtbaar en bestaat het ‘gevaar’ dat onrust ontstaat. Vanuit de media hebben wij tot nu geen vragen gehad. Wel vanuit burgers. Die willen vaak wat meer weten. Leg je het vervolgens uit, dan vinden de mensen het eigenlijk altijd wel goed dat je, samen met partners, de problemen oppakt. Ook al waren ze in beginsel niet blij dat je voor de deur stond."

Tegen welke problemen liepen jullie op?

Esther: "De opstartfase verliep wat moeizaam. De belangrijkste oorzaak hiervan was de komst van de AVG. Dit leidde tot zo’n 3 maanden vertraging. We wisten allemaal al heel lang dat de AVG eraan zat te komen, en dat het echt wel iets betekent voor je werkwijze. Maar toch hebben we er niet voldoende op geanticipeerd. De AVG gaat onder andere om systemen en gegevensdeling. Binnen het LSI-convenant mag je wel gegevens delen, maar je moet wel een systeem hebben om de gegevens in op te slaan. En als je niet goed van te voren realiseert dat je hiervoor een methodiek moet bedenken of een applicatie moet bouwen, dan kun je niet beginnen. Maar toen we eenmaal begonnen, kwam het project goed op stoom. Er kwamen gelijk goede resultaten binnen en daar staat of valt het project natuurlijk mee."

Karin vervolgt: "Ook moet je binnen de gemeente alles goed beschrijven en in het verwerkingsregister opnemen. Zo zijn er eisen aan hoe lang je gegevens mag bewaren en er zijn (beveiligings)eisen aan het systeem. Onze FG (functionaris gegevensbescherming) was daar terecht kritisch over. Dit was 1 van de eerste projecten binnen de gemeente waarbij het goed geregeld moest zijn; en nergens lag een plan klaar. Niet bij de LSI en ook bij ons niet. We moesten het van begin gaan op bouwen. Hier zijn we nu een heel eind mee, maar er zijn altijd nog verbeterpunten."

Wat levert het project op voor de gemeente en de ketenpartners?

Esther: "Vanaf het begin was de samenwerking met en de rol van de wijkagent heel prettig. Ze zijn heel actief en bewust met signalen bezig en brengen die ook in. Daar zit ook een belang voor de wijkagent, want door wat we doen, is de wijkagent meer zichtbaar in de wijk en komt ‘ie positief in beeld. Ook de boa’s vervullen een heel belangrijke rol. Ze zijn heel flexibel en positief en wat heel belangrijk is: ze vormen de schakel naar het project ondermijning, waarin zij ook actief zijn. Op bepaalde adressen kan iets boven tafel komen dat met ondermijning te maken heeft en zij kunnen het dan oppakken met de collega's veiligheid binnen het project ondermijning. Intern is de samenwerking en de efficiency een heel belangrijk winstpunt van dit project."

Karin benoemt nog andere 'opbrengsten' voor de gemeente: "Men is zich bewust geworden van het belang om samen te werken om enerzijds fraude aan te pakken en anderzijds om de meer kwetsbare mensen te kunnen helpen. Er is meer begrip voor elkaars werkvelden, waardoor iedereen breder heeft leren denken en kijken. Het is echt heel goed om te zien hoe mensen, die uit zo’n ander werkveld komen, elkaar ontmoeten en de verbinding voelen in de dingen die ze doen. Een voorbeeld hiervan is dat de buitendienst (de groenvoorziening) laatst actief een signaal met betrekking tot overlast naar voren bracht dat we gezamenlijk opgepakt hebben. Dat heeft veel waarde in de organisatie en daarbuiten. Daarnaast is ook de kwaliteit van de adrescontrole en huisbezoeken verbeterd. Ook kwam een aantal zorgmijders in beeld waarvan de casussen zijn doorgezet naar een overleg met alle zorgverleners die het verder oppakken. Het project is echt heel integraal: adresfraude - zorg - ondermijning.

Tenslotte heeft het project voor het UWV, 1 van de ketenpartners, al heel goede opbrengsten gehad op fraudegebied."

Wat zijn de do’s en de don’ts?

Karin weet direct een mooi rijtje do’s op te sommen:

  • Betrek vanaf het begin de FG en privacy officer bij de projectplannen.
  • Zorg voor draagvlak bij het bestuur en het team en hou dit ook vast. Door middel van korte lijntjes, communiceren en resultaten tussentijds terugkoppelen hebben alle deelnemers een goed beeld van wat er gebeurt.
  • Zorg dat je de resultaten continu bijhoudt. Het liefst zo snel mogelijk na een controle, want dan heb je alles nog goed in je hoofd zitten.
  • Maak de rollen en verwachtingen van te voren goed duidelijk.
  • Zorg dat de processen aan de achterkant goed zijn ingericht, zodat het signaal ook op de juiste wijze kan worden opgepakt.

Eigenlijk kunnen Esther en Karin maar 1 don’t bedenken: begin niet zonder draagvlak, want je hebt een goed team nodig en commitment. Als deelnemers niet overtuigd zijn wordt het geen succes. Esther: “Wij hebben gelukkig een heel goed draagvlak. Het is zelfs als 1 van de speerpunten in het college werkprogramma gekomen. Juist omdat het zo integraal is en die tweeledige doelstelling heeft. Niet alleen kwaliteit en fraude, maar ook het zorgverhaal erbij."

Wat is de rol van VNG KCHN-adviseur Noortje van Meerendonk, en hoe hebben jullie de ondersteuning ervaren?

Karin: "Het leuke is dat het voor zowel Noortje als mij het eerste LSI-project was. Er was geen blauwdruk, dus we moesten in het begin allebei even zoeken naar de juiste rol. Maar daardoor wilden we allebei ook heel graag dat het project zou slagen. Noortje ondersteunt bij de casustafel en heeft gezorgd voor contact met de landelijke ketenpartners: de Belastingdienst, de SVB en UWV. Wat ik echt heel goed vind en wat grote toegevoegde waarde heeft, is dat ze casussen altijd vanuit een breder perspectief (kritisch) bekijkt en analyseert, daarbij zie je haar achtergrond als sociaal rechercheur. Ik heb daar heel veel van geleerd."

En nu verder …

Esther: "De LSI is het middel om samen met partners iets heel goed op te zetten, om dingen te leren en bewustzijn te creëren. Op dit moment is nog niet duidelijk of we het huidige LSI-project kunnen verlengen, maar wij gaan er sowieso mee verder. Want er is een goed fundament gelegd voor de binnengemeentelijke samenwerking, waarop we verder kunnen bouwen. We missen dan wel input van de landelijke partners, maar samen met onder andere de politie hebben we voldoende om door te gaan. Het doel is om het ook uit te zetten in de regio. Want als je het niet regionaal oppakt, kan er sprake zijn van een waterbedeffect. Door het gezamenlijk en regionaal op te pakken heb je een groter bereik."

Landelijke Stuurgroep Interventieteams

Binnen de LSI werken SZW, de Inspectie SZW, UWV, SVB, Belastingdienst, IND, politie, OM samen met gemeenten aan het tegengaan van belasting-, toeslagen- en uitkeringsfraude, overtredingen van arbeidswetgeving en de daarmee samenhangende misstanden. Op basis van de wet en een samenwerkingsconvenant mogen gegevensbestanden van de partijen met elkaar worden vergeleken. Hierdoor komen er sneller situaties boven tafel die het onderzoeken waard zijn en waarbij de partners gezamenlijk kunnen optreden.

 

Ook uw gemeente kan zich aansluiten bij de LSI. VNG KCHN biedt gemeenten de kennis om deze weg te bewandelen en ondersteunt u bij de voorbereiding, uitvoering en borging. Wilt u meer weten: neem contact op met Jeroen Smits (06 15 479 382)