Publicatiedatum: 19-08-2019

Nieuws

Opvang van kinderen op een andere locatie van een houder

De GGD GHOR Nederland geeft antwoord op de vragen die door de brancheorganisaties gesteld zijn rondom de (on-)mogelijkheid van clusteren in de BSO. De branchepartijen vragen om aandacht voor de problematiek rondom het ‘incidenteel clusteren’ in de buitenschoolse opvang.

De hoofdlijnen

Vanaf de zomer van 2018 heeft GGD GHOR Nederland haar gewijzigde uitleg over locatie overstijgend opvangen (‘clusteren’) aan de toezichthouders van de GGD’en gecommuniceerd.

Daardoor is er onrust ontstaan over de mogelijkheden en onmogelijkheden van het locatie overstijgend opvangen. Met deze brief wil GGD GHOR Nederland die onrust wegnemen en helderheid verschaffen.

In het document (pdf) vindt u de inhoudelijke reactie. Deze is afgestemd met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG.

De kern

  • Locatie overstijgend opvangen is dat kinderen op andere geregistreerde voorzieningen van dezelfde houder worden opgevangen dan waar zij normaal gesproken worden opgevangen.
  • Voor locatie overstijgend opvangen is een contract nodig. Houders hoeven niet voor elke voorziening een geheel nieuw contract met ouders af te sluiten. Dit kan ook in een bestaand contract geregeld worden. De contractuele basis doet recht aan de eis van een duidelijke verantwoordelijkheidstoedeling ten behoeve van verantwoorde kinderopvang.
  • Er is geen contract nodig wanneer sprake is van een activiteit. Het is aan het professionele oordeel van de toezichthouder om te bepalen of er sprake is van een activiteit.
  • Ouders hoeven slechts het reguliere LRK-nummer aan de Belastingdienst aan de Belastingdienst door te geven wanneer hun kind bijvoorbeeld in de vakantie op contractuele basis op een andere geregistreerde locatie van dezelfde houder wordt opgevangen.
  • De GGD’en zien pas vanaf 1 januari 2020 toe op de aanwezigheid van een contract.

Met deze brief wordt een kader geschetst en helderheid voor houders en toezichthouders geboden. Er zullen echter altijd specifieke situaties zijn die om het professioneel oordeel van de toezichthouder vragen.