Publicatiedatum: 13-08-2019

Nieuws

'Ik zal handhaven': Een kritische blik op handhaving door Dato Steenhuis

Van boa’s tot het Openbaar Ministerie: handhaven gebeurt in ons land op grote schaal. Maar wat is handhaven eigenlijk? En hoe goed zijn we erin? Dato Steenhuis geeft in zijn boek ‘Ik zal handhaven’ zijn kijk op handhaving. Hij is behoorlijk kritisch op hoe het in Nederland gebeurt. Ook betoogt hij hoe het in zijn ogen beter kan.

Dato Steenhuis richt zich in zijn boek op formeel handhaven en maakt onderscheid tussen bestuursrecht (gemeenten, provincies en andere organen van de rijksoverheid) en strafrecht (politie, Openbaar Ministerie, rechter en andere autoriteiten die met de executie van sancties zijn belast). In ‘Ik zal handhaven’ gaat het achtereenvolgens over de vraag wat handhaven is, waarom het moet en wie zich er allemaal mee bezighouden. Daarna analyseert Steenhuis op eigenzinnige wijze de huidige status van handhaving in ons land en geeft hij aan wat er volgens hem beter kan.

De rekening

Hij brengt in kaart welke instanties waar onder vallen en wat hun werk ongeveer kost. Dat laatste is met name voor bestuursrechtelijke handhaving lastig vast te stellen. Onder meer omdat niet iedere gemeente een aparte begrotingspost voor toezicht en handhaving heeft. Toch denkt Steenhuis een redelijke schatting te kunnen maken. Voor alle bestuursrechtelijke instanties samen komt hij uit op een budget van 4,5 miljard euro en de strafrechtelijke kant schat hij in op 11 miljard euro. De totale kostenpost van toezicht en handhaving in Nederland komt daarmee op 15,5 miljard euro.

Kritisch

Risicoanalyses, jaarplannen, meerjaarplannen – op papier ziet de handhaving in Nederland er picobello uit, stelt Steenhuis. Vrijwel iedere handhavingsinstantie heeft wel een jaarlijks document waarin de manier van handhaven gepland of geëvalueerd wordt. Maar hebben die plannen ook effect? Zorgen ze voor betere naleving? Steenhuis vindt dat moeilijk op te maken uit al die verslagen. Hij is kritisch over hoe weinig onderzoek er wordt gedaan naar de effecten van handhaving. In zijn ogen delen toezichthouders niet of nauwelijks de resultaten van hun werk. Althans, niet in harde cijfers uitgedrukt.

Meten is weten

Een behoorlijk kritische blik dus, maar hoe moet het dan beter? Steenhuis concludeert een gebrek aan metingen om te zien of handhaving het gewenste effect heeft. De cijfers uit verslagen en rapporten zeggen hem niet veel. Ook op bestuurlijke handhaving heeft Steenhuis het nodige aan te merken. “Er worden mooie woorden gesproken over de maatschappelijke effecten van handhaving, maar in de concretisering daarvan lijkt men nauwelijks geïnteresseerd.” 

Conclusie

Al met al schetst Steenhuis een donker beeld van handhaving in de huidige vorm. Zijn kritiek richt zich met name op het in zijn ogen te grote verschil tussen plan en uitvoering, maar eigenlijk komt handhaving in z’n algemeenheid er niet goed vanaf in zijn verhaal. En hoewel hij beseft dat de ommekeer die hij betoogt niet eenvoudig is, is er volgens hem geen twijfel over mogelijk dat het anders moet. Zijn slotwoorden zijn wat dat betreft typerend. “Dan moeten alle kaarten op de uitvoering worden gezet en de bureaucratie worden ingedamd. Dan moeten al die hoger opgeleide beleidsambtenaren een toontje lager leren zingen en gedwongen worden te begrijpen dat zij er voor de uitvoering zijn en niet andersom.”

Dato Steenhuis (75) was vanaf 1975 zeven jaar lang hoofd van het WOCD. Daarna werkte hij zeven jaar als Advocaat-Generaal bij het Openbaar Ministerie. Ook was hij procureur-generaal in Leeuwarden en lid van het College van PG’s. Na zijn pensioneren in 2006 was hij onder meer columnist bij het blog ‘Ivoren Toga’.

 

Bron: ToeZine