Publicatiedatum: 17-01-2020

Nieuws

Wetswijziging moet eind maken aan draaideureffect

Een aanpassing van de Participatiewet moet het 'draaideureffect' tegengaan. Er wordt voorgesteld om vorderingen die zijn ontstaan wegens schending van de inlichtingenplicht in de sociale zekerheid uit te sluiten van de vermogenstoets.

Fraude mag niet lonen is het uitgangspunt van staatsecretaris Van Ark, die een wijziging op de Participatiewet naar de Tweede Kamer stuurde. Hiermee wil ze de onterecht gunstige positie van mensen met fraudevorderingen bij de toegang tot het recht op bijstand wegnemen.

Draaideureffect bij fraude

Het zogenaamde draaideureffect kwam aan het licht naar aanleiding van de situatie met verzwegen onroerend goed in het buitenland. Mensen met een bijstandsuitkering die hun bijstand moesten terugbetalen en een boete hadden gekregen, omdat ze bezit hadden verzwegen - bijvoorbeeld een huis in het buitenland - stonden de volgende dag weer op de stoep van het gemeentehuis om een nieuwe uitkering aan te vragen. Die dan werd toegewezen vanwege hun hoge schulden.

Om dit te voorkomen wordt in de wetswijziging voorgesteld om openstaande fraudevorderingen uit te sluiten van de vermogenstoets in de Participatiewet. Dit is in lijn met de motie van de leden Wiersma (VVD) en Peters (CDA) uit 2018. De regering komt met dit wetsvoorstel tegemoet aan de wensen van de Kamer en de uitkeringsinstanties om effectiever op te kunnen treden bij de handhaving en naleving van verplichtingen in de Participatiewet. 

Middelentoets

Mensen kunnen slechts terugvallen op een bijstandsuitkering als zij zelf niet over voldoende middelen beschikken om te kunnen voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan. De middelentoets is onderdeel van de toegang tot de algemene bijstand. Met deze toets wordt het vermogen van de belanghebbende vastgesteld middels de som: ‘vermogen = bezit - schuld’. Onder de bezittingen valt al het vermogen: geld op bankrekeningen, een auto of een kostbare verzameling, waar ter wereld deze bezittingen zich ook bevinden, dus ook een huis in het buitenland valt daaronder. Wanneer iemand in Nederland een bijstandsuitkering aanvraagt, zal hij daarom al zijn bezittingen moeten opgeven, ook die zich in het buitenland bevinden.

Wanneer verzwegen bezit geconstateerd wordt, is er sprake van schending van de inlichtingenplicht. Het recht op bijstand moet als gevolg daarvan herzien of ingetrokken worden. De onterecht of tot een te hoog bedrag verstrekte bijstand wordt teruggevorderd. Daarnaast wordt een bestuurlijke boete opgelegd.

Opnieuw recht op bijstand

Het beëindigen van het bijstandsrecht vormt voor de belanghebbende geen beletsel om opnieuw een uitkering aan te vragen. Het recht op bijstand wordt vanwege de aanvraag opnieuw beoordeeld. Onderdeel daarvan is wederom de middelentoets. De terugvordering van de onterecht verstrekte bijstand en het opleggen van de bestuurlijke boete hebben tot gevolg dat de hierdoor ontstane vorderingen als ‘schuld’ worden meegenomen in de vermogensberekening. De schuld wordt afgetrokken van het (geconstateerde) bezit van de gerechtigde. Daardoor kan het vermogen onder de toepasselijke vermogensgrens komen te liggen. Dit betekent dat betrokkene weer recht heeft op algemene bijstand, ongeacht de aanwezige middelen.  

Meer informatie

Wetsvoorstel wijzigiging van de Participatiewet